17-11-2016

Val op in het donker

De dagen worden korter, de nachten langer. Dat betekent dat we meer tijd in het donker doorbrengen. Belangrijk is het om als fietser goed zichtbaar te zijn. In de praktijk blijkt echter dat velen de regels omtrent verlichting met een korreltje zout nemen.

Samen met Veilig Verkeer Nederland geven we tips voor meer zichtbaarheid en dus fietsveiligheid in wintertijd.   Fietsverlichting is om met name twee redenen belangrijk: je ziet de weg voor je goed en andere weggebruikers merken je eerder op. Navraag bij Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) leert dat het risico voor fietsers om bij duisternis slachtoffer te worden van een ongeval met circa 17 procent afneemt met een werkende voor- en achterverlichting. Het effect van lichtvoering is significant.

Wettelijk is het verplicht om bij schemer, donker en slecht zicht voor gele of witte verlichting aan de voorzijde en rood licht aan de achterkant te zorgen. Deze verlichting moet bevestigd zijn aan de tweewieler of op het bovenlichaam van de fietser. Dat kan kleding of een tas zijn. Verder moeten de lampen recht vooruit of recht achteruit schijnen en mogen deze niet knipperen.

Hoe duidelijk de regels ook zijn, veel fietsers lappen ze toch aan de laars, met alle gevolgen van dien. Fietsers in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 34 jaar rijden het vaakst met een niet goed functionerend voor- of achterlicht, zo blijkt uit onderzoek van TNS NIPO (2015). Frappant is dat 91 procent van deze groep aangeeft werkende fietsverlichting wel belangrijk te vinden. Zo’n 95 procent van de fietsers vindt het zelfs gevaarlijk zonder fietsverlichting te rijden. Toch vervangen 4 op de 10 fietsers niet meteen hun lamp als deze niet meer werkt.

Geen losse lampen

Er zijn ook heel wat fietsers die in plaats van gebruikelijke verlichting rondrijden met losse lampen aan hun armen, benen en hoofd. Deze zijn niet toegestaan. Desondanks denkt 41 procent van de fietsers dat ze zo wel aan de regels voldoen. Een los lampje op de romp, het bovenlichaam, mag wel. In de wintermaanden wordt streng gecontroleerd of fietsers de regels naleven. Het ontbreken of verkeerd voeren van verlichting kan een boete van enkele tientjes opleveren.

Tips:

  • Draag contrasterende kleding. Trek bijvoorbeeld een jas aan in felle of lichte kleuren. Als je extra goed wil opvallen kun je ook kiezen voor een fluorescerend veiligheidshesje met reflecterende elementen;
  • Schakel de fietsverlichting op tijd in en wacht niet totdat het aardedonker is. Als de schemer valt moet je direct licht voeren. Je ziet zelf beter en wordt beter opgemerkt;
  • Het fietslicht aanzetten is de eerste stap, maar je moet er ook voor zorgen dat de verlichting te zien is. Voorkom dat jassen, tassen of andere bagagestukken de fietsverlichting afdekken;
  • Rijd je met een batterijlampje? Neem een reservelampje mee om te voorkomen dat je onderweg zonder licht komt te staan omdat de batterij leeg is. Controleer sowieso voor vertrek de staat van de verlichting;
  • Gebruik reflectiematerialen. Er zijn onder meer speciale reflectiebanden en -strips die je om je arm en benen kunt dragen. Daarnaast heeft de tweewielerzaak hoezen voor rugzakken en andere bagage. Op deze vaak fluorescerende hoezen zitten reflectie-elementen. Je kunt ook een sleutelhanger met reflectie aan de tas of onder het zadel hangen;
  • Er zijn meerdere wegen die je naar je eindbestemming leiden. Denk in het donker goed na over de route en kies het pad met de meeste straatverlichting. Vermijd donkere wegen;
  • Let in het pikkedonker extra goed op. Rijd rustiger, houd de weg in de gaten en wees voorzichtiger met voorrang nemen. Automobilisten zien je mogelijk minder snel. Daardoor is het risico op een ongeluk groter dan op klaarlichte dag.